woensdag 29 augustus 2018

DUIJN VEERTIENDE IN DRUIVENKOERS: “M’N HOOFD WILDE MEER DAN M’N BENEN”

Huub Duijn is als veertiende geëindigd in een doornatte editie van de Druivenkoers in Overijse. Meer zat er niet in voor de Nederlander: “Mijn hoofd wilde meer dan mijn benen vandaag.” Dries De Bondt reed zo goed als de hele dag in de aanval. 

Dries De Bondt koos resoluut voor de aanval op het heuvelachtige parcours in Overijse. In verschillende groepjes was hij steeds vooraan terug te vinden in de wedstrijd, tot 26 km of twee ronden voor de meet. Huub Duijn maakte op dat moment nog deel uit van een flink uitgedund pelotonnetje, maar had niet de goede vorm te pakken om mee te doen voor het podium.

Reacties van Dries De Bondt en Huub Duijn vind je verderop in dit artikel. Door een valpartij in de eerste ronde, brak het peloton al meteen in verschillende stukken. Onder meer de jarige Stijn Devolder stond lang te voet en zijn wedstrijd zat er dan ook al vroeg op. Later moesten o.a. ook Mathias De Witte opgeven na een valpartij.

DE BONDT: "IK HOOPTE DAT HET RAPPER ZOU GAAN REGENEN"

De Bondt liet zich meermaals opmerken tijdens de wedstrijd door mee te springen in de vlucht. Hij was nagenoeg een hele dag vooraan terug te vinden. “Ik wist dat het van groot belang was om in de eerste ronde voor de kasseien vooraan te zitten omdat het hier elk jaar scheurt”, blikt hij terug op zijn koers. “En nu lagen die nog nat door de regen van in de voormiddag.”

“Ik kreeg gelijk, want de helft van het peloton stond te voet nadat ze in de eerste bocht al tegen grond gingen. Zo was ik meteen weg met een groep van dertig renners. Ik was als enige van de ploeg voorin en reed dus niet mee op kop. Ik wachtte af op wat er zou gebeuren. Toen het peloton weer bij ons kwam, wachtte ik mijn moment af om mee te gaan in de vlucht.”

De Bondt ging er na veertig kilometer koers van door samen met zes anderen. “Die eerste vlucht werd opnieuw ingerekend. Zeven was te veel zeker? Daarna reden we met twee weg. Ik wou echt mee zijn in de vlucht vandaag”, aldus De Bondt. “Er kwamen opnieuw vijf andere renners bij, maar ditmaal was het wel oké voor het peloton. We hebben elkaar rap gevonden.”

“Ik had erop gespecculeerd dat het rapper zou beginnen regenen. Dat hadden ze voorspeld”, vervolgt hij. “Het zou interessant zijn om hier in de plaatselijke ronde een minuutje voor het peloton te rijden. Dat is noet zo makkelijk om dicht te rijden. Maar ik had tegenslag dat het pas later begon te regenen. Niet dat ik anders sowieso voorop was gebleven natuurlijk.”

“Toen we gegrepen werden door het peloton op 40 km van de meet, voelde ik dat het snel zou beginnen regenen. Ik probeerde nog eens te ontsnappen en kreeg ongeveer een halve minuut. Ik geraakte nog net boven op de Schavei, maar toen kwam het peloton bij mij. Toen we de finish passeerden begon het effectief te regenen. Als ik daar nog wat vrijheid had, zat er misschien wel muziek in, maar ja…”

“Toen ik werd ingelopen, heb ik mij laten uitzakken in de afdaling om te zien wie er nog zat. Ik zag Huub zitten en heb hem vooraan afgezet aan het klimmetje meteen na de aankomst. Het peloton viel daarna wat stil. Ik heb mij weer in gang gezet op dat klimmetje, maar halverwege merkte ik dat het op was.”

Voor De Bondt zat de wedstrijd er daarna ook op: “Het begon weer te regenen en ik wilde geen onnodige risico’s nemen met de mooie koersen die er nog aan komen. Het was sowieso al gevaarlijk. In de finale zijn er nog een paar gevallen. Het is echt niet berekenbaar als het wegdek er nat bij ligt. In het peloton heb je dat ook niet altijd in de hand als ze voor jou beginnen schuiven.”

DUIJN: "IK HAD GEEN VERSNELLING IN DE BENEN VANDAAG"

Huub Duijn finishte als veertiende in Overijse nadat hij de hele dag doorbracht in het peloton, dat in de laatste rondes flink werd uitgedund. Er zat misschien wel meer in voor de Nederlander, zeker omdat het parcours hem ligt, maar het gevoel was niet optimaal: “Ik voelde me zo zo vandaag. M’n hoofd wilde meer dan m’n benen. Dat heb je soms. Ik had geen goede dag.”

“Het parcours lag me wel en uiteindelijk kom ik nog ver. Bij de laatste beklimming van de Schavei wilde m’n hoofd all-in gaan, maar m’n benen niet meer. Ik kon wel meeschuiven en kwam als eerste boven, maar ik kon niet wegrijden van de groep.”

 

“Ik wilde nog mee sprinten, maar in de laatste afdaling viel er iemand voor mijn neus. Daardoor werd ik uitgeschakeld om nog korter te sprinten. Ik moest in de remmen en het was gedaan. Gelukkig kon ik hem nog net ontwijken. Het scheelde weinig. Ik ben blij dat ik zelf niet viel, maar had anders toch nog korter kunnen eindigen. Als ik écht een goede dag had, had ik sowieso meer geprobeerd. Nu was het vooral volgen en op ervaring koersen. Ik had niet de versnelling in de benen om weg te rijden. Dat zat er niet in vandaag.”